
‘ Uitladen van de praam in een glooiend landschap ‘ B. C. Koekkoek, 1831
‘B.C. Koekkoek is een revolutionair’, kopt het Cultureel Supplement van donderdag 7 april in het NRC. En daarboven staat, in een iets kleinere letter: ‘De Romantiek was net zo vernieuwend als de Verlichting’. Een goede kop, ik kan niet anders zeggen; het verleden terughalen in de terminologie van nu. Beter kun je de lezer niet lokken.
Vernieuwing is inmiddels een toverwoord geworden, zeker ook binnen de beeldende kunst. Het begrip opent deuren naar de juiste blik en houding die je ten opzichte van kunst kunt aannemen. Het is eigenlijk geen aanduiding meer, het is een eis geworden, iets waaraan hedendaagse kunst, wil zij meetellen, voor veel museumdirecteuren, instellingen en fondsen, moet voldoen. Tegelijkertijd is de term verworden tot een kreet. Zij is uitgehold, evenals de begrippen ‘passie’ of ‘creativiteit’. En zo ontstaat het probleem dat de term ‘vernieuwing’ zélf wel eens aan vervanging toe is. Waarom wordt die term nog zo vaak binnen het gebied van de beeldende kunst gebruikt? Heerst daar werkelijk een geloof in de eeuwige vooruitgang, hangen kunstenaars een teleologische visie aan? Nee toch, de kunst is zelfs (net als de geschiedenis door Fukuyama) door Danto al eens dood verklaard.
Kunst staat in een traditie. Het ene kunstwerk borduurt voort op het andere, of dat nu in de zin van navolgen of afwijzen is. We leven in 2011, en hebben daardoor kennis van datgene wat er voor 2011 geschilderd, geschreven en gedacht is.
Maar wat behelst die kennis? Die kennis is strikt genomen feitelijk. We hebben het schilderij, of een afbeelding daarvan, voorhanden in een boek of op het internet. We hebben de bijbehorende gegevens: schilder, tijd, plaats, stroming. We kunnen het werk meten, plaatsen, beschrijven. Dat is zonder meer relevant. Maar... het is niet voldoende.
We willen een kunstwerk ook beleven. En voor dat beleven is een ander soort kennis nodig. Het is al een stuk lastiger om tot dát soort kennis te komen, omdat deze kennis, in tegenstelling tot de feitelijke kennis, aan verandering onderhevig is.
In de ene tijd wordt een bepaalde stroming hoger gewaardeerd dan in de andere tijd. Sommige schilders liggen er in een bepaalde periode zelfs helemaal uit. Terwijl hun schilderijen onderweg echt niet zijn veranderd. Wij zijn het die veranderen. Ons nadenken over, kijken naar en waarderen van kunst verandert. Daarom is een zuiver intellectualistische benadering van kunst altijd beperkt. Het gaat immers, in navolging van de geschiedenis, om een interpretatie van die feiten. En daarbij tikt de klok van het heden naar het verleden .
Je kunt om die reden gerust stellen dat een hedendaagse interpretatie van een stroming uit het verleden, minstens zo vernieuwend of innovatief is, als het onderkennen van wat in onze eigen tijd waardevol is. Dat heeft ex –televisieproducent en kunstverzamelaar Rademakers uitstekend begrepen.
Rademakers, wiens collectie Nederlandse schilderijen uit de Romantiek momenteel in het Haags Gemeentemuseum hangt, schaart zich met zijn artikel bij de groep historici die de Nederlandse Romantiek herwaardeert. De Nederlandse Romantiek werd lange tijd gezien als sentimenteel, clichématig, ziekelijk, repeterend en burgerlijk. Nederland zou bovendien te plat zijn voor Romantiek, zowel qua landschap als wat betreft de emotionele huishouding van het volk. Maar het belangrijkste bezwaar was: de Romantiek zou niet vernieuwend zijn. Rademakers weerlegt dit.
De Verlichting bracht een eenzijdig rationalisme voort en dat leidde tot gevoelens van vervreemding en gemis. Dit werd opgevangen door de Romantiek. Bovendien verloor de natuur door de ontwikkeling van de moderne natuurwetenschap haar goddelijke uitstraling. Weber zou dit later de ‘onttovering’ van de wereld noemen. Ook hier verzette de romantische beweging zich tegen. De mystiek en het magische werden in ere hersteld. Er ontstond een nieuwe burger met een hang naar het sublieme. De natuur, de vriendschap en de liefde worden naar een hoger plan getild. De schilderijen uit de Romantiek, zegt Rademakers, maken deel uit van de omslag in dit bewustzijn. In dat opzicht was deze stroming grensverleggend. De schilders presenteerden, als kinderen van hun tijd, een volstrekt andere manier van kijken naar de werkelijkheid.
Ieder schilderij, ieder boek, is een voorstel om naar de werkelijkheid te kijken. Kunstenaars proberen een veranderende wereld en een veranderd levensgevoel met hedendaagse middelen in een hedendaagse taal uit te beelden. Het gaat om een opnieuw tonen van de werkelijkheid. Natuurlijk is innovatie daarbij belangrijk. Maar klopt de sleetse term ‘vernieuwing’ hier nog wel?
Wanneer we echt verandering willen, moeten we de term zelf eens op de schop nemen. Zodat bepaalde instellingen en fonds- en museumdirecteuren die baat hebben bij een ietwat holle retoriek, ook weer eens gaan nadenken over wat ‘vernieuwing’ in de kunst vandaag nog betekent. En nadenken is natuurlijk niet hetzelfde als marktconform denken. De markt heeft wel degelijk baat bij de illusie van enig vooruitgangsgeloof. Maar kunst ontsnapt daaraan. Zelfs kunst uit het verleden eist achterwaarts haar plek op. Het is aan ons om het verleden als ‘voorbijgegaan hedendaags’ te blijven zien.
3 reacties:
Hi Nicole,
Mooi stuk. Ik denk alleen niet dat de eis tot vernieuwing een geloof in vooruitgang of teleologie veronderstelt. Bij vernieuwing streef je niet zozeer naar een in de toekomst gelegen doel, maar wil je het anders doen dan tot dusverre. Herwaardering van het verleden is inderdaad in dat opzicht letterlijk 'ver-nieuwend'.
Vrindelijke groet,
Rutger
Ha Rutger,
Ja, daar heb je zeker een punt. Ik denk echter dat sommige fonds- of museumdirecteuren, die om den brode halve of hele managers zijn geworden (om nog maar te zwijgen van de zogenaamde 'intellectuele' mediapersoonlijkheden), toch wel iets van vernieuwing in de zin van 'beter dan voorafgaand' hanteren. Ik bedoel, er zit in de sleets geraakte term 'vernieuwing' (naar mijn idee tenminste) iets van 'verbetering'. Louter en alleen als kreet, als merchandising. Ongetwijfeld weet jij wel beter! Ik moet nu trouwens ook denken aan een bewegwijzering die ik ooit zag in Praag begin jaren negentig. Dat was een klein verkeersbord met pijl dat verwees naar een galerie. 'Postmodern' stond er op dat bord. Zo van 'dat hebben wij tegenwoordig ook'. Maar dat was humor, geloof ik.
Hartelijke groet, Nicole
Ha, ja het was juist in het postmodernisme dat ik het idee kreeg dat er geen vooruitgang meer mogelijk was, dat we in een vacuüm terechtgekomen waren, een soort permanente ideaalstaat. Nu weet ik dat ik 'er doorheen' aan het gaan was! :)
Hartelijks terug!
Een reactie plaatsen